NEN 3140 - de stand van zaken

In 1998 is de Nederlandse Norm NEN EN-50110-1:1998 gepubliceerd: Bedrijfsvoering van elektrische installaties - Algemene bepalingen. Gelijktijdig is de NEN 3140:1998 verschenen met de aanvullende Nederlandse bepalingen voor laagspanningsinstallaties.

Wat we doorgaans de '3140' noemen bestaat dus feitelijk uit de twee hierboven beschreven normen, zijnde een Europese afspraak met de Nederlandse aanvulling hierop.

Arbowet

Via de Arbowet zijn werkgevers verplicht ervoor te zorgen dat werkne¬mers veilig kunnen werken. Voor elektrische installaties kan men aan de Arbowet voldoen door te werken volgens de beschreven richtlijnen in de '3140'. Dit zijn minimumeisen. Zo hanteert bijvoorbeeld de petrochemische industrie (veel) zwaardere eigen normen.
In theater- en showland is het toepassen van de '3140' nog lang niet overal gerealiseerd. Een belrondje langs een aantal Nederlandse theaters, poppodia en toeleveranciers levert een beeld op van grote verschillen. Van 'Wat is dat, de NEN 31hoeveel?' tot 'Wij hebben een veiligheidshandboek, de aanwijzingen zijn geregeld en wij hebben voor de periodieke keuringen een goede oplossing'.

Waar te beginnen?

Het bedrijf of de organisatie zal zich eerst bewust moeten worden van de opgelegde verplichting, om vervolgens het traject van invoering in te gaan. In de praktijk is gebleken dat het invoeren van een veiligheidsbeleid een aantal jaren nodig heeft. Eerst zal men intern ook de noodzaak moeten inzien alvorens een beleid kan worden uitgestippeld. Technici zullen hun directie moeten overtuigen. De uitvoering heeft immers financiële en organisatorische gevolgen. Directies zullen ook technici mee moeten krijgen als het gaat om efficiëntere bedrijfsvoering, verlaging van de onderhoudskosten etcetera.
Een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) kan hierbij (weer) een handig hulpmiddel zijn. Te beantwoorden vragen zijn onder andere: wat zijn de risico's, wie werken er met de installaties, wat is het opleidingsniveau van de medewerkers, wie gaat waar verant¬woordelijk voor worden.
Na evaluatie zullen de nodige maatregelen moeten worden genomen. Zo moeten bijvoorbeeld medewerkers worden aangewezen, installaties geïnspecteerd en apparatuur gekeurd. Maar ook een goede instructie mag niet worden vergeten.

Veiligheidshandboek

De uitgangspunten voor een veilige (elektrische) bedrijfsvoering kunnen worden opgenomen in een veiligheidshandboek. Hierin wordt onder andere beschreven wat de te nemen maatregelen zijn om veilig te kunnen werken. Zo kunnen bij het vervangen van een mespatroon persoonlijke beschermingsmiddelen noodzakelijk zijn. Als dit goed beschreven is zijn er geen onduidelijkheden en wordt de veiligheid verhoogd.

APK

Net zoals dat geldt voor de APK bij auto's is de inspectie een momentopname. In de meeste theaters geldt wel de stelregel dat als het apparaat niet in orde wordt bevonden men het moet af tapen en ermee naar de TD gaan. Maar soms zien we toch nog een provisorisch gerepareerd kabeltje onderdeel uitmaken van een installatie. Naast veiligheid speelt men hier dan ook met betrouwbaarheid.
Een technicus die alle dagen met zijn elektrische arbeidsmiddelen in de weer is voert feitelijk vele malen een visuele controle uit. Maar of de desbetreffende spot of kabel ook voldoet aan de veiligheidseisen zal via metingen moeten worden aangetoond. Aan de buitenkant is immers niet te zien of de aardleiding nog in orde is en wat de lekstroom van het apparaat is.

Wat moet er gekeurd worden?

We kunnen een onderscheid maken tussen de vaste installatie, zeg maar alles tot de wandcontactdoos, en de elektrische arbeidsmiddelen: datgene wat op de wandcontactdoos kan worden aangesloten. In deze laatste categorie vallen de spots, versterkers, computers, mengtafels, verlengkabels, losse verdeelkasten enzovoort. Deze zullen alle periodiek gekeurd moeten worden. In een register of door middel van een keuringssticker zal moeten worden aangegeven wanneer de volgende keuring plaats moet vinden. Vaste installaties dienen te voldoen aan de NEN 1010, de veiligheidsbepalingen voor elektrische installaties, zoals die golden op het moment van oplevering. Per 1 september 2005 is de zesde druk van de NEN 1010 van kracht geworden. Ook voor vaste installaties is volgens de '3140' een periodieke keuring noodzakelijk om aan te kunnen tonen dat de installatie nog steeds voldoet aan de veiligheidseisen. Door het doelgerichte karakter van wetgeving en normen is niet direct duidelijk wat er in een bepaalde situatie nu moet gebeuren. Een veel gehoorde vraag is bijvoorbeeld om de hoeveel tijd de elektrische arbeidsmiddelen moeten worden gekeurd. Als een spot in de zaalbrug hangt en niet regelmatig verplaatst wordt, uitsluitend bediend wordt door minimaal een VOP-er (= een 'Voldoende Onderricht Persoon') zal er een andere keuringsinterval gelden dan voor spots die bij een verhuurbedrijf ingezet worden. Zelfs per theater kunnen er verschillen optreden. Met behulp van de bijlagen in de '3140' kan een goede indicatie worden verkregen van de juiste inspectieperiode.

Zelf doen of uit besteden?

Afhankelijk van de hoeveelheid te keuren materieel kan een afweging worden gemaakt om het keuren uit te besteden of zelf te doen. Naast de hoeveelheid apparatuur spelen kennis en de aanschaf van de noodzakelijke meetapparatuur hierbij een rol.
Voor een theater met duizenden spots en kabels is het al snel de moeite waard hier iemand voor op te leiden en de benodigde meetapparatuur aan te schaffen. Kleinere theaters en gezelschappen zullen er voor kiezen om de keuringen uit te besteden. Vaak zal de keuring samen kunnen vallen met het periodiek onderhoud en reinigen van de materialen.
Het keuren van een vaste installatie zal doorgaans door een extern inspectiebedrijf geschieden omdat dit een complexe aangelegenheid is en de inspectie-interval vaak groter is dan bij de elektrische arbeidsmiddelen.

Technische kennis

Stel, we hebben een concertzaal of poppodium waarbij we de beschikking hebben over goedgekeurde materialen en installaties. In een voorbeeld: een spot moet worden aangesloten op een grote afstand van een stroompunt. Je neemt dan een aantal kabelhaspels, aansluiten en klaar!? Stuk voor stuk zijn de materialen goedgekeurd, maar tezamen gebruikt kan er toch een onveilige situatie optreden, zoals onvoldoende kortsluitvermogen. Een goed opgeleide technicus zal hierbij stil staan en een veilige oplossing bedenken.
Naast de hierboven al genoemde VOPer kennen we onder meer de vakbe¬kwaam persoon, de werkverantwoordelijke en de installatieverantwoordelijke.
Een VOP-er in een theater zal de basiskennis van elektriciteit en de gevaren daarvan moeten bezitten. Zijn bevoegdheden zullen duidelijk afgebakend zijn.
De Wet Educatie Beroepsopleiding (WEB) geeft aan welke opleiding een werk- of installatieverantwoordelijke moet hebben (niveau 4). Is er in een organisatie geen werk- of installatieverantwoordelijke aangewezen dan zal de directie zelf verantwoordelijk zijn voor de elektrische installatie. Medewerkers zonder technische opleiding of kennis zijn in de ogen van de '3140' een leek - en leken mogen geen werkzaamheden aan elektrische installaties verrichten.

Materiaal van derden

Als een reizend gezelschap te gast is in een theater en er wordt apparatuur aangesloten op de elektrische installatie van het theater ligt de eindverantwoordelijkheid voor de veiligheid bij dit theater. Het gezelschap moet zorgen voor deugdelijke, lees goedgekeurde, materialen. Bij twijfel mag de installatieverantwoordelijke van het theater weigeren de apparatuur aan te sluiten. Een in de productie-RI&E opgenomen onderdeel 'elektrische installaties' voorkomt onduidelijkheid en pro¬blemen.

Stroomplan

Een goed uitgewerkt stroomplan kan de veiligheid verhogen. Aspecten als afstand, kwaliteit van de toegeleverde spanning (sterk of zwak net), kabellengte tussen beveiliging (zekering) en verbruiker moeten hierbij worden betrokken. Maar ook het totaal aan te sluiten vermogen bepaalt het ontwerp. Dit vraagt om een goede voorbereiding waarbij vooral de juiste informatie onontbeerlijk is.
Als in de hectiek van een festival nog meer apparatuur moet worden aangesloten ('Dat was toch bekend, dat hier een bierkoelwagen moest komen?') is het niet ondenkbaar dat er ergens een overbelasting ontstaat.
In een tentoonstellingshal kan een reeks kleinere dimmers te verkiezen zijn boven een opzet met een centraal opgestelde grote dimmer.

Elektrische veiligheid in de prakijk

Bij voorstellingen en producties kan het voorkomen dat onder tijdsdruk de elektrische veiligheid minder aandacht krijgt. 'Het aarden van het grid doen we wel als we nog tijd hebben,' 'The show must go on', 'Het werkt toch prima zo' zijn uitspraken waarbij onveilige situaties kunnen ontstaan. Gevaarlijke situaties treden meestal pas op bij een serie van fouten. Het grid dat niet geaard is én een defecte aarde in de multikabel samen met een spot met sluiting naar aarde kan er de oorzaak van zijn dat iemand in de hoogwerker een doodsklap krijgt. Omdat voorkomen toch beter is dan genezen, is de opdracht het zo veilig mogelijk te maken. Wat je kan en moet doen ook daadwerkelijk uitvoeren.
Ook een goede materiaalkeuze van vooral contactmateriaal en kabels is niet alleen voor de veiligheid maar ook voor de betrouwbaarheid van groot belang. Niet verboden voor binnengebruik maar niet aan te bevelen zijn vinyl kabel en 'bouwmarkt' -verdeelblokjes. Ook de lengte en doorsnede van de toegepaste bekabeling zijn van belang.
Maar ook preventief onderhoud van bijvoorbeeld krachtkabels kan storingen en onveilige situaties voorkomen. Een smeulende verbinding door slechte contacten is een potentieel brandgevaar. Maar ook de aaneenschakeling van verlengsnoeren op het kantoor kan een potentieel gevaar zijn. Weten waarmee je bezig bent is en blijft van groot belang. Voortgaande inzichten en de steeds veranderende stand der techniek maken het noodzakelijk bij te blijven op het vakgebied. Zeker als het gaat om complexe installaties met grote vermogens zoals die gebruikt worden bij voorstellingen en shows.

Uit: Zichtlijnen 103-november 2005